Villa | 3 bedrooms | sleeps 6

Key Info
  • Beach / lakeside relaxation
  • Nearest beach 2 km
  • Swimming pool
  • Great for children of all ages 5
  • Car advised
  • Air conditioning
  • Some pets are welcome - please contact the owner
  • Private garden

Villa Lalang, situated in the small dusung of Gambuh, part of the county of Selat, near Lovina, close to mountains dense with tropical vegetation and mountainstreams, a short distance from Lovina with it's cluster of small kampungs full of restaurants, cafe's and small shops, is highly adapted for small family's with it's plunge pool and remarkable vieuws, enjoy the site

Villa Lalang, gelegen in de kleine dusung (deelgemeente)

Gambuh, deel van desa (gemeente)Selat,in het noorden van Bali,vlakbij de kustplaats Lovina op een boogscheut van bergen en watervallen, tropisch woud en koelere temperaturen, niet ver van Lovina Beach, een amalgaam van kleinere dorpjes , gelegen aan stranden die zo uit reisbrochures geknipt zijn, met allerhande restaurants, cafe's en winkeltjes, zeer rustige omgeving, geschikt voor families en kinderen, en met zijn plunge pool en mooie uitzichten een ideale villa om echt tot rust te komen, welkom op de website

Size Sleeps up to 6, 3 bedrooms
Nearest beach Lovina 2 km
Will consider House swap, Long term lets (over 1 month), Short breaks (1-4 days)
Access Car advised
Nearest Amenities 2 km
Nearest travel links Nearest airport: Ngurah Rai airport 90 km
Family friendly Great for children of all ages
Notes Pets welcome, Yes, smoking allowed

Features and Facilities

Luxuries Staffed property, Sea view
General Air conditioning, TV, Safe, Satellite TV
Standard Iron
Utilities Fridge, Freezer, Washing machine
Rooms 3 bedrooms, 6 bathrooms of which 2 Family bathrooms, 2 En suites and 2 Shower rooms
Furniture 1 Sofa beds, Double beds (3), Dining seats for 8, Lounge seats for 2
Other Linen provided, Towels provided
Outdoors Balcony or terrace, Private garden, BBQ
Access Secure parking

The Bali/Lesser Sunda Islands region

Pantai Lovina (ook wel bekend als Lovina of Lovina Beach) is een plaats in het noorden van Bali in het district Buleleng in Indonesië. Het ligt ongeveer 8 kilometer ten westen van de districtshoofdstad Singaraja. Het woord Pantai betekent hier overigens strand.

De plaats ontleent haar naam aan een huis dat bewoond werd door Panji Tisna, de regent van Buleleng en laatste koning (radja) van Noord-Bali, die tevens een bekend schrijver en een pionier in het toerisme naar Bali in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw was. De door hem gekozen naam Lovina kan een samentrekking zijn van de woorden Love Indonesia, maar INA kan ook slaan op het Balinese woord voor moeder, dus 'love mother earth'. Zijn villa in het dorp Kalibukbuk is inmiddels niet meer aanwezig, maar een hoog bijgebouw alsmede een hoge tuinmuur in Balinese stijl staan er nog in goede staat.

Het bestaat oorspronkelijk uit een rij vissersdorpen langs de noordelijke weg op Bali, die onder invloed van het toerisme aan elkaar zijn gegroeid. Het zijn de volgende dorpen (van oost naar west) Pemaron, Tukad Mungga, Anturan, Banyualit, Kalibukbuk, Kaliasem en Temukus.

De overheid heeft een trottoir aan weerszijden van de weg in roze stenen aangelegd om aan te geven waar Lovina begint en eindigt. Het is een rustige badplaats met een mooi strand en een duikgebied. Er zijn restaurants, cafés, winkels, duikscholen en hotels. Het toeristisch centrum ligt in het dorp Kalibubuk, waar ook een strandboulevard is. Aan de boulevard staat een monument bekroond door een dolfijn. Lovina staat bekend om haar strand van zwart lavazand, en om haar dolfijnen. Deze kun je 's morgens vroeg in groepen aantreffen bij het nabijgelegen rif. In tegenstelling tot de witte zuidelijke stranden op Bali kan hier overal gezwommen worden, doordat de stroming rustig is.

Lovina

Buleleng was een oud Balinees koninkrijk met dezelfde naam.

In 1604 werd in het centrum van het koninkrijk een weelderig paleis gebouwd: het Singaradja-paleis. Deze naam verwijst naar de erenaam van de koning die het paleis bewoonde: de moed van deze koning (radja) werd vergeleken met die van een leeuw (singa). De eigenlijke naam van de vorst was Ki Gusti Ngurah Panji Sakti. Onder zijn heerschappij werden gebieden in Bali en Oost-Java veroverd en onder zijn opvolgers ook grote delen van Lombok. Daardoor kreeg het rijk een belangrijke machtspositie in de regio.

Tijdens het Engels tussenbestuur van Nederlands-Indië waren er ongeregeldheden met de Balinese inwoners van het op Oost-Java gelegen Banjoewangi, wat de Engelsen onder leiding van generaal Nightingale een reden gaf om Buleleng in mei 1814 binnen te vallen en een schadevergoeding te eisen alsmede enkele gijzelaars mee te nemen. Tevens beloofde de koning geen piraterij te bedrijven of piraten onderdak te beiden.

In 1815 barstte de vulkaan de Tambora op het nabijgelegen eiland Sumbawa uit; het was een uitbarsting van historische kracht. De aangrenzende haven Buleleng alsmede de stad Singaradja worden verwoest door hete as en door de vloedgolven die resulteerden.

De latere generaties na Panji Sakti waren een stuk minder bekwaam dan hij. De koning van Karangasem wist dan ook de troon van Buleleng te veroveren. De inwoners van Singaraja gaven de strijd niet op en in 1823 lukt het hun om Karangasem te verdrijven. De herwonnen onafhankelijkheid bleek echter van korte duur: in 1855 werd hier de eerste Nederlandse resident als toezichthouder aangesteld en de koning werd zijn regent (toegevoegd inlands bestuurder). Buleleng was overigens al eerder, in 1846, 1848 en 1849, door de Nederlanders aangevallen. In dat laatste jaar kwam het grootste deel van het koningshuis om in een rituele zelfmoordaanval en werd hun paleis verwoest. In 1860 werd toen het overgebleven lid van de familie, I Gusti Ngurah Ketut Djlantik door de Nederlanders tot koning van Buleleng aangesteld. Hij steunde de opstand tegen de Nederlanders in het nabijgelegen Banjar in 1868 en werd uiteindelijk in 1873 verbannen naar Padang. Formeel verloor het koninkrijk zijn zelfstandigheid pas in 1882, toen het onder rechtstreeks Nederlands bestuur kwam. Pas in 1929 benoemden de Nederlanders weer een nieuwe koning, namelijk diens kleinzoon I Gusti Putu Djlantik. Hij herbouwde het paleis wat er nu nog staat en stichtte de bibliotheek op zijn terrein. In 1945 werd zijn oudste zoon Anak Agung Panji Tisna radja (koning) van Buleleng/Singaraja. Hij bleef dat formeel tot 1950, toen de nieuwe republiek Indonesië de koningshuizen afschafte. Hij was de eerste Balinese koning die zich bekeerde tot het christendom en toen hij in 1978 stierf, was hij ook de eerste Balinese koning die niet gecremeerd maar alleen begraven werd. Daarnaast was hij een bekend Balinees schrijver en pioneer in het toerisme naar Bali.